Korenizatsijaenbemagtiging: Sovjetlessen voor een veeltalenbeleid in Zuid-Afrika Peter Dirix

ukposter

ORIGINALE PDF-PRESENTATIE MET PRENTEN VIA DEZE LINK TE ZIEN

OVERZICHT
•Inleiding: Zuid-Afrika voor 1994 •Taalbeleid Sovjetunie 1922-1991 •Taalbeleid in Zuid-Afrika na 1994 •Besluit
Inleiding
Taalbeleid in Zuid-Afrika voor 1994

ZUID-AFRIKA: TALEN
ZUID-AFRIKA voor 1994: TAALSTRIJD
•Nederlands/Afrikaans vanaf 1909 officieel gelijkgesteld, maar in de praktijk overheersing van Engels •Veel Afrikaanstaligen= armblankes •Na 1948: NP-regering stimuleert economische initiatieven •Vergelijkbaar met erkenningsproces van Nederlands in België

ZUID-AFRIKA voor 1994: BANTOETALEN
•Na 1953: graad 1-4 moedertaalonderwijs, graad 5-8 onderwijs in Engels en/of Afrikaans (na 1976 bijna enkel Engels) •De jureco-officieel in ‘onafhankelijke’ en autonome thuislanden •De factogebrek aan terminologie voor gevorderd onderwijs en administratie •Gebrek aan studiemateriaal
Sovjetunie
Taalbeleid 1922-1991

NATIONALITEITENKWESTIE
•Nationaliteitenpolitiek in 1913 geformuleerd door bolsjeviekenna bezoek van Stalin aan Krakau en Wenen: “Марксизм и национальный вопрос” (Marxisme en de nationaliteitenkwestie) •Verhinderen dat RSDRP net zoals Oostenrijkse sociaaldemocraten uiteenviel in autonome etnische partijen •Natie = stabiele gemeenschap op basis van gemeenschappelijke taal, grondgebied en cultuur •Nationaal-culturele autonomie zou leiden tot de culturele en economische isolatie van primitievere volkeren •Proletariaat was al grotendeels Russischtalig •Dus noodzaak tot unificatie van de cultuur en dus russificatie •Stalin wordt volkscommissaris voor minderheden (1917)

ONTSTAAN SOVJETUNIE: 30/12/1922 •Russische Socialistische Federatieve Sovjetrepubliek (RSFSR) •Oekraïense Socialistische Sovjetrepubliek •Wit-Russische Socialistische Sovjetrepubliek •Trans-Kaukasische Socialistische Federatieve Sovjetrepubliek (TSFSR) –maart 1922 tot 1936 oArmeense SSR oGeorgische SSR (incl. Abchazië) oAzerbeidzjaanse SSR

KORENIZATSIJA (1)
•Tegen 1919 grote tegenstand tegen russificatie (enkel verwacht van Polen en Finnen) •Ontstaan Sovjetunie gaf rechten aan Wit-Russen, Oekraïners en Trans-Kaukasische volkeren •12ePartijcongres (1923) –Stalin identificeert twee gevaren voor een succesvolle nationaliteitenpolitiek: GrootRussisch chauvinisme en plaatselijk nationalisme •Groot-Russisch chauvinisme = grootste gevaar •Plaatselijk nationalisme mag dus gesteund worden •Maar: geen panislamisme of panturkisme •Piëmontprincipe: Wit-Rusland, Oekraïne, Moldavië, Karelië

KORENIZATSIJA (2)
•Коренизация(Russ.) / Коренізація(Oekr.) = lett. “verinheemsing” (Stalin zelf sprak altijd van ‘национализация’) –vanaf 1923 officiële politiek •Overname van Oostenrijkse sociaal-democraten(Otto Bauer, Karl Renner), maar geen extraterritorialiteit •Positieve discriminatie van inheemse en ‘achtergestelde’ volken •Basistool: taalkundige standaardisatie •Creatie van (nieuwe, Latijnse) alfabetten voor tientallen talen (alfabetisering + derussificatie) •Overname van grote aantallen Russische (en internationale) woorden

NIEUWE INDELING
•Socialistische sovjetrepubliek(SSR) -soeverein •Autonome socialistische sovjetrepubliek(ASSR) •Territoria (kraj) •Gewesten + autonome gewesten (oblast) •Districten + autonome districten (okroeg) •Steden •Kantons (rajon) •Nederzettingen •Persoonlijke nationaliteit

RESULTATEN KORENIZATSIJA
•Voor korenizatsijawerden enkel Russen, Oekraïners, Joden, Duitsers, Polen, Finnen, Georgiërs en Armeniërs als ‘ontwikkeld’ gezien (= ‘Westerse’  volkeren) •Succes in Oekraïne (kwart van de bevolking) en tot op zekere hoogte in het gewest Leningrad en Tatarije en in mindere mate Wit-Rusland •In andere streken wel succesvol in de creatie van lokale partijkaders: Tsjoevasjië, Wolga-Duitsers, Krim •Soms deportaties om oorspronkelijk etnisch overwicht te herstellen •Russen niet blij om ‘minderheid’ te vormen

RESULTATEN OEKRAÏNE
•Opgelegde oekraïniseringvan bestuur en onderwijs •Ook nationale districten voor Bulgaren, Grieken, Duitsers en Polen in Oekraïne en nationale dorpsraden voor Zweden, Albanezen, Tsjechen en Roemenen •Pers in Oekraïens: 12,5% (1923) -> 91,72% (1931) •Verstedelijking en proletarisering gaan oekraïnisering tegen •Tweetaligheid i.p.v. homogene gebieden •Centrale instellingen werken niet mee (zowel lokaal als in correspondentie met Moskou) •Jeugd (Komsomol) niet enthousiast

RESULTATEN OOSTEN
•Culturele revolutie 1930-34 in het Oosten •Taalkundige opwaardering lukt niet zo goed (behalve in Tatarije) •Aantal lokale kaders stijgt sterk •Bv. Boerjatië 19261939 Boerjaten43,8%21,3% inh. kaders7,6%19,1% korenizatsija%17,4%89,7% •Gebrek aan onderwijsinfrastructuur -> geen middenklasse •Russen worden geïmporteerd

GROTE ZUIVERING (1)
•1930: start collectivisatie, kolchozen •1932: start graanrequisities, grote tegenstand in Oekraïne en Koeban •Tussen 1933 en 1939 werd korenizatsijaniet langer afgedwongen (maar ook niet herroepen) •Maar: bourgeois nationalisme grotere dreiging dan GrootRussisch chauvinisme

GROTE ZUIVERING (2)
•Vanaf 1937 wordt Russisch gepromoot als cultuurtaal en de taal van “grote broer” •Vanaf 1938 wordt Russisch verplichte tweede taal in alle scholen •In 1938-1940 wordt het Latijns schrift vervangen door Cyrillisch [officiële reden: om beter Russisch te kunnen leren] •Taal in hoger onderwijs wordt meestal Russisch (behalve in Georgië en tot op zeker hoogte Armenië) •1932: afschaffing nationale dorpsraden, nationale districten, nationale kolchozen

NA STALIN (1)
•1934-80: eerste leerjaar wordt aangeboden in minimaal 67 talen •Vanaf 1959: afschaffing van scholen in kleinere talen of voor gemeenschappen die het Russisch beheersen •Volledig onderwijs in etnische taal: 67 talen in 1934, nog 45 talen in 1970, nog 36 in 1980 •In 1958-59 in RSFSR enkel nog volledige 10-jarige cyclus beschikbaar in Russisch, Tataars en Basjkiers •Vaak wordt etnische taal wel als (keuze)vak aangeboden •Geletterdheid neemt toe van 25% tot boven de 90%

NA STALIN (2)
•Ook in stedelijke gebieden in Wit-Rusland en Oekraïne vaak russificatie •Etnische Russen overal moedertaalonderwijs •Onderwijs in talen van Unierepublieken neemt toe •Gedeporteerde en geëmigreerde groepen makkelijk doelwit voor russificatie, bv. Oekraïners in Kazachstan •Idem voor gemengde huwelijken (behalve in Baltische staten) •Uiteenvallen Sovjetunie: taal van de nominale groep neemt snel positie van Russisch over

CONCLUSIES
•Taalkundige normalisatie tool, geen einddoel •Prestigetaal wint meestal (cfr. ook Ierland) •Interne migratie bevordert prestigetaal •Regionale overheid kan moeilijk op tegen centrale overheid als diensten niet meewerken (cfr. ook Spanje) •Deelname van inheemse groep aan lokaal en centraal bestuur zorgt voor verdwijnen van de bedreigde taal •Aantal sprekers is belangrijk •Moedertaalonderwijs en alfabetisering is noodzakelijk voor opwaardering •Territorialiteit en autonomie zijn noodzakelijk voor taalkundig behoud
Bemagtiging?
Taalbeleid in Zuid-Afrika na 1994

11 OFFICIËLE TALEN
•Grondwet van 1994 stipuleert 11 officiële talen: -Engels, Afrikaans (West-Germaans) -Noord-Sotho, Zuid-Sotho, Tswana(Sothotalen) -Zoeloe, Xhosa, Zuid-Ndbele, Swazi (Ngoenitalen) -Tsonga(Tswa-Rongatalen) -Venda •Zuid-Afrikaanse gebarentaal (SASL): semi-officieel •Khoi-Santalen worden genoemd, maar zijn niet officieel •Lijst van andere talen die bevorderd moeten worden
PAN-ZA TAALRAAD
•Pan South AfricanLanguage Board (PanSALB, 1995) -Provinciale comités -Nationaal comité -Lexicografische afdelingen •Taken: -Promoten van meertaligheid -Advies over taalwetgeving -Onderzoekt inbreuken op taalrechten -Ontwikkelen van de 9 Bantoetalen voor algemeen gebruik -Publicatie van woordenboeken en terminologie

PRAKTIJK (1)
•Openbaar leven verloopt grotendeels in Engels •Websites van nationale en provinciale regeringen, gemeenten, PanSALBenkel in het Engels •SAUK: 18 radiokanalen, waarvan 10 voor de andere officiële talen en een Khoi-Sankanaal •TV SAUK 1: Engels/Nguni, SAUK 2: Engels/Afrikaans/Tsonga/Venda, SAUK 3: Engels/Afrikaans •Geschreven pers: Engels en Afrikaans

PRAKTIJK (2)
•Moedertaalonderwijs: enkel in Engels en Afrikaans op alle niveaus, hoger onderwijs wordt uitgefaseerd voor Afrikaans (Stellenbosch, Pretoria, Bloemfontein) •Sinds 2009 is Engels verplicht vanaf graad 1 •Moedertaalonderwijs in 9 andere talen tot graad 3, daarna volledig in Engels •Geletterheidsgraad is officieel 88% (2010) •Taaltechnologie: “gelijkstelling” van talen = handicap
Besluit
Welke lessen voor Zuid-Afrika kunnen we trekken uit het Sovjettaalbeleid?

AUSBAUTALEN
•Nguni-en Sothotalenkunnen ook gezien worden als dialectgroepen •Aparte talen zijn gecodificeerd door missionarissen, cfr. Sovjets met bv. Turkse talen, maar ook ‘Moldavisch’, ‘Karelisch’, enz. •Liggen niet verder van elkaar dan bv. Nederlandse dialecten •Misschien een standaard-Ngunien standaard-Sotho? •Geen Piëmontprincipe nodig (Botswana, Swaziland, Lesotho) •Al voorgesteld door Neville Alexander in 1989 •Geletterdheid + versnelde uitbouw terminologie in deze talen noodzakelijk •Stimuleren geschreven pers + literatuur

KHOI-SAN
•Aantal sprekers te gering om op alle niveaus te gebruiken •Zouden minimaal in het onderwijs moeten aangeboden worden als keuzevak om voortbestaan te garanderen

TERRITORIALITEIT
•Territorialiteit en autonomie = basisvoorwaarde •Provinciegrenzen herzien? •Onderwijs en taalbeleid bevoegdheid provincie? •Nationale taal = Engels •Behalve Gautengmeestal dominante taal

PRESTIGE
•Taal = politiek •Engels is dé prestigetaal, cfr. Russisch in de USSR •Ook meer en meer de lingua franca •Engels is nergens demografisch overheersend •Moedertaalonderwijs leidt tot bemachtiging •Lokale taal kan niet opgelegd worden •Centrale overheid moet communiceren in taal van aanvrager (lokale overheid/privépersoon)

LITERATUUR
Alexander, N. (1989). Language Policy and National Unity in South Africa/Azania. Buchu Books, Kaapstad, Alexander, N. (1997). Language Policy and Planning in the New South Africa, African Sociological Review, 1, 1, pp. 82-92. Dietrich, P.A. (2005) Language Policy andtheStatus of Russian in theSovietUnion andthe successorstatesoutsidetheRussian Federation, in: AustralianSlavonicandEast European Studies (ASEES), 19, 1-2, pp. 1-27 Giliomee, H. (2004). Die Afrikaners: ‘n Biografie. Tafelberg, Kaapstad, 2004, Leclerc, J. (2016), L’aménagementlinguistiquedans lemonde: Afriquedu Sud, http://www.axl.cefan.ulaval.ca/afrique/afriquesud.htm. Terry Martin (2001). The Affirmative Action Empire: Nations and Nationalism in the Soviet Union, 1923-1939, Cornell University Press, Ithaca NY.

Appendix
NATIONALE SCHOLEN IN RF
•Model 1: leerjaren 1-11 in etnische taal (Jakoetië, landelijke scholen in Tatarije en Basjkirië); Russisch is een verplicht vak •Model 2: leerjaren 1-7/9 in etnische taal, daarna overschakeling naar Russisch (landelijke scholen in Toeva, Boerjatië, Tsjoevasjië, Kalmukkië, Noordelijke Kaukasus, stedelijke scholen in Tatarije en Basjkirië) •Model 3: leerjaren 1-4 in etnische taal, daarna overschakeling naar Russisch (stedelijke scholen in Toeva, Kalmukkië, Noordelijke Kaukasus, …) •Model 4: onderwijs in Russisch maar etnische taal wordt aangeboden als een vak (Karelië, Oedmoertië, Komi, kleinere volkeren) •Model 5: leerjaren 1-11 in etnische taal met langzame overgang naar Russisch •31 talen + 45 extra talen als keuzevak / Onderwijs in minderheidstaal in 9,9% van de scholen; in 16,4% van de scholen wordt een minderheidstaal onderwezen
ZUID-AFRIKA voor 1994: 2 TALEN
•Na 1813: overheersende positie van het Engels op de Kaap •1828-1882: Engels enige officiële taal •Nederlands officiële taal in de Boerenrepublieken (o.m. OranjeVrijstaat en de ZAR –Transvaal) •1909: Nederlands ook officiële taal nieuwe Unie van Zuid-Afrika •8 mei 1925: Nederlands wordt verklaard Afrikaans in te sluiten •1961: RSA –Afrikaans sluit Nederlands in •1983: referentie naar Nederlands verdwijnt uit grondwet

 

Comments are closed